Fotografie

Belichtingsstand (standen P, S, A en M)

De standen P, S, A en M worden ‘belichtingsstanden’ genoemd omdat u hierbij instellingen kunt regelen die de belichting bepalen, namelijk sluitertijd en diafragma.

Elk van deze standen biedt een andere mate van controle over de sluitertijd en het diafragma.

 Automatisch programma (stand P):
Aanbevolen voor snapshots en situaties waarin er weinig tijd is om camera-instellingen aan te passen. De camera stelt de sluitertijd en het diafragma in voor een optimale belichting.

Sluitertijdvoorkeuze (stand S):
Gebruik deze stand als u beweging scherp of juist onscherp wilt vastleggen. De gebruiker kiest de sluitertijd en de camera selecteert het diafragma voor het beste resultaat.

Diafragmavoorkeuze (stand A):
Gebruik deze stand om de achtergrond onscherp te maken of als u zowel de voorgrond als de achtergrond scherp in beeld wilt brengen. De gebruiker kiest het diafragma en de camera selecteert de sluitertijd voor het beste resultaat.

Handmatig (stand M):
De gebruiker bepaalt zowel de sluitertijd als het diafragma. Stel de sluitertijd in op ‘Bulb’ of ‘Tijd’ voor lange tijdopnamen.